• “Als ik mijn sound speel in mijn eigen bands, klinkt het opeens wel goed”

    Bert Dockx vol passie bezig.

    Bert Dockx in actie, bekijk die passie.

    Jaloerse bewondering voel ik voor Bert Dockx. Want alles wat hij doet, doet hij zo fantastisch goed. Hé, het rijmt nog ook! Mijn bewondering voor die man heeft de trekken van een fascinatie. Die perfecte balans tussen melodie, virtuositeit en sound als zanger-gitarist in zijn band Flying Horseman, dat virtuoze gitaarspel dat nog meer tot uiting komt in Dans Dans. Het ontwerpen van zijn hoezen, samen met Philippe Werkers. Het schrijven van prachtig gelaagde songteksten, sommige totaal onverstaanbaar maar net daarom zo interessant. Zelfs het tonen van de nu al beruchte Bert-kniezwengel tijdens zijn concerten. Even tussen jou en mij? Hij is al die bewondering meer dan waard! In dit De Morgen-filmpje over de showcase van Flying Horseman in hun repetitiekot in Berchem – ik was één van de weinige aanwezigen – zie en hoor je me mijn bewondering uitspreken. Volgens vriend Peter was mijn gebruikelijke taalvaardigheid trouwens ver te zoeken. Zal aan de camera hebben gelegen.

    Ja hoor, dit wordt een onderstebovenbewonderblog

    In mijn onderstebovenblogs heb ik het dikwijls over mijn passies, en dat is eigenlijk doodnormaal. Mijn probleem is dat ik niet één maar veel passies heb én het talent om me daar honderd procent in te verliezen. “Daar is ze weer!”, hoor ik soms mensen zuchten. Maar liever te veel passies dan te weinig, denk ik dan maar. Alternatieve muziek is één van mijn grootste passies, naast lezen, schrijven, eten, en ja, ook wel babbelen. Verder houd ik enorm van afwisseling. De muziek van Bert Dockx en zijn companen past daar wonderwel bij.

    Bert Dockx en zijn knopjes

    Bert Dockx van Flying Horseman en Dans Dans over zijn gitaarsound | cboncopy.be

    Wie Bert Dockx bezig ziet bij Dans Dans ziet hem dikwijls door de knieën gaan. Hij zit daar dan ergens beneden aan knopjes te prutsen. Andere keren stopt hij cassette na cassette in het casettedeck om extra geluidjes te produceren. Hoe dikwijls ik me heb afgevraagd wat hij daar allemaal aan het uitspoken was! Op 7 mei 2017 kreeg ik het antwoord. Tijdens een event van LAB58 vertelde hij over zijn gitaarsound. Er waren nog drie andere gitaristen aanwezig, Gianni Marzo van Marble Sounds, Tom Barbier van Zornik en Jesse Maes van Sophia. Opvallend: de andere drie hadden een massa apparatuur en gitaren mee. Bert stond daar met amper één bakje, één gitaar en een mooi verhaal. Ik ga jullie niet vervelen met de technische details, ik speel wel een aantal interessante zaken door die ik heb gehoord. Bijvoorbeeld wat er allemaal gebeurt als Bert Dockx tijdens concerten door de knieën gaat:

    “Ik ga graag door de knieën op concerten, vooral bij Dans Dans. Ik vind het gewoon zalig om met mijn handen aan al de knopjes te draaien en iets aan de sound te veranderen. Als ik de pedalen indruk met mijn voeten dan klopt de sound soms gewoon niet. Met mijn vingers zijn de effecten veel beter.”

    En de cassettes bij Dans Dans?

    Bert Dockx in Dans Dans

    De beruchte kniezwengel van Bert Dockx, tijdens een Dans Dans-concert. Wie goed kijkt ziet vooraan de cassettes liggen.

    Bert goochelt inderdaad met cassettes tijdens concerten van Dans Dans. Hij is daar ooit mee begonnen als gimmick, maar hij is het nog steeds niet beu. “Ooit heb ik een straatmuzikant hetzelfde zien doen in Brussel en ik heb dat idee gewoon van hem gestolen”, lacht hij, “Ik ga door de knieën, neem een cassette en stop die in de cassettespeler, een heel fysieke handeling. Dikwijls gebruik ik heftige militante linkse speeches van een Chileense protestzanger. Ik ken geen Spaans, maar als ik een heftig woord hoor, dan stop ik de cassette op die plek en ik herhaal ik dat woord een paar keer. Intussen doe ik dan weer wat anders. Ik heb ook een cassette waar Chinese volksmuziek op staat, live opgenomen op straat. Geeft een heel speciaal effect.”

    Hoe zijn liefde voor de gitaar groeide

    Bert Dockx en zijn gitaar

    Bert en zijn onafscheidelijk Ibanez George Benson-gitaar

    Bert Dockx speelt steeds op dezelfde gitaar, of je hem nu bezig ziet in Flying Horseman of in Dans Dans. Zijn lievelingsgitaar blijkt een Ibanez George Benson uit ’79 te zijn, en hij gebruikt hem vrijwel constant. “Mijn ouders hebben die gitaar gekocht toen ik studeerde aan de Jazzstudio, voordat ik naar het conservatorium ging. Ik wou mijn eigen niet-commerciële muziek maken en wou per se een jazzgitaar. Deze Ibanez is absoluut fantastisch. In de winkel durfde ik niet echt te spelen, zelfs niets te zeggen, ik was amper 20 jaar oud. Eén gitaar sprak me nog iets meer aan, maar de verkoper wou me per se deze gitaar verkopen: “Je bent nu met jazz bezig, maar ik hoor dat je ook in andere muziek geïnteresseerd bent. Als je zwaardere muziek wilt spelen, kan je met deze polyvalente gitaar heel wat meer richtingen uit. Het blokje in het midden veroorzaakt minder feedback, maar wel een warme, akoestische klank.” Op dat moment dacht Bert dat het een verkooppraatje was, maar wat die man zei bleek later woord voor woord te kloppen.

    Terug naar de muziek van vroeger

    Bert Dockx op zijn Ibanez George Benson-gitaar

    De gitaar is echt deel gaan uitmaken van Berts sound

    “Na twee jaar jazzschool keerde ik terug naar de muziek die ik vroeger had beluisterd, Sonic Youth, Neil Young … Met de George Benson-gitaar kon ik inderdaad heel wat meer kanten uit. Jaren heb ik op deze gitaar gespeeld, ik had trouwens ook geen geld om een andere te kopen. Het zo typische Fender-lawaai kan je hier gewoonweg niet mee halen. Deze gitaar is echt deel gaan uitmaken van mijn sound. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat je sound gelinkt is aan dingen die je niet doet, zelfs meer dan aan de dingen die je wel doet. Omdat ik zo lui ben experimenteer ik niet en zoek ik ook niets uit. Ik ben al blij met wat ik heb en ken. Geef me niet te veel keuze, want dan loopt het vast in mijn hoofd.”

    Hoe Bert Dockx met zijn Flying Horseman begon

    “Het conservatorium leidde me op tot jazzmuzikant, maar eigenlijk was ik te lui om een echt goede te worden. Daar kwam nog bij dat ik tijdens de opleiding geïnteresseerd raakte in andere muziek. Eigenlijk ben ik een barslechte sessie- en studiomuzikant. Mijn kennis van de popgeschiedenis is vrijwel nihil. Ik heb ook niets leren naspelen. Ik kan alleen iets spelen en naspelen als ik het ‘voel’. Mijn sound leent er zich niet toe deel uit te maken van een andere groep of sound, en dat werd al vlug duidelijk. Elke keer dat ik in andere bands speelde, verdween mijn gitaar in de mix. Ik had daar enorm veel stress van gehad. Omdat het maar niet beterde ben ik radicaal gestopt met meespelen in andere bands en ben ik gewoon mijn eigen band begonnen. Als ik mijn sound speel in mijn eigen bands, klinkt het opeens wel goed.”

    “Als ik mijn sound speel in mijn eigen bands, klinkt het opeens wel goed.”

    En hoe hij is beginnen zingen

    Hij is zich daar lang niet van bewust geweest, maar diep in hem zat iemand die wou zingen. “Mijn vader speelde folkmuziek en er stonden gitaren bij ons thuis. Ik ben erop beginnen spelen toen ik elf was, thuis op mijn kamertje. Pas toen ik naar de jazzstudio ging, ben ik hard beginnen werken aan mijn gitaarspel. Vreemd genoeg lag de gitaar me maar half. Na het conservatorium was ik mezelf constant aan het bekritiseren elke keer dat ik gitaar speelde. Diep in mij zat iemand die wou zingen, ik was me daar alleen nog niet bewust van. Iedereen vindt zijn eigen stem vreselijk en bij mij was dat niet anders. Op een bepaald moment begon ik te zingen, een tekst bij een zelfgeschreven nummertje. Ik stelde mijn gitaar ten dienste van een nummer dat ik aan het zingen was. Die omweg had ik nodig om gitaar met goesting én intuïtiever te spelen.”

    Ocharme dat plectrum

    Bert Dockx in actie in de Ancienne Belgique

    Flying Horseman in Ancienne Belgique op 15 maart 2016. Was een prachtconcert.

    Sinds ik Bert heb horen vertellen dat hij met een dik plectrum speelt en waarom, doe ik dus dat dus ook op mijn eigen elektrische gitaar – geen Ibanez helaas. “Ik gebruik een heel dik plectrum en dikke snaren”, vertelt Bert, “Ik hou van dat vieze geluid dat je daarmee kan bereiken. Het moment dat ze dit dikke plectrum uit de handel halen, kom ik serieus in de problemen. Na een week gitaarspelen heb ik een nieuw exemplaar nodig. Ik switch heel veel tussen plectrum en vingers en volg zo al mijn grillen. Als ik ‘in de muziek zit’, en dat gebeurt vooral bij Dans Dans, is er geen enkel onderscheid meer tussen mijn pedalen en mijn gitaar. Dat vormt dan één grote flow. Ik probeer dan te volgen wat ik voel, alles gebeurt heel intuïtief.”

    Later weer spelen zonder versterking

    Werken met pedalen leidt de aandacht af van de muziek, volgens Bert. “Ik heb héél lang zonder versterker en zonder pedalen gespeeld. Eerst moest ik gitaar leren spelen, die overtuiging zat echt in mijn kop. Voordat ik met pedalen begon te werken luisterde ik veel naar improvisaties, naar muzikanten die akoestisch hun eigen sound in elkaar staken. Veel van die dingen zijn blijven hangen. Ik kan me voorstellen dat ik op termijn een muzikant word die weer alleen met een versterker speel, die dat gedoe met die pedalen links laat liggen. Die leiden immers de aandacht af van de muziek, en dat is toch nog altijd de essentie. Het laatste nummer van de laatste lp van Dans Dans, Rumour, is opgenomen meteen met de draad ingeplugd in de versterker. Dat hoor je ook duidelijk, er zit geen enkel effect op het lied en het klinkt beter dan de rest.”

    En met deze positieve noot stop ik. Tot de volgende!

    Ook geïnteresseerd in de volgende blogs – er is altijd wel ergens sprake, in meer of mindere mate, van Bert Dockx, Flying Horseman en Dans Dans.

    Flying Horseman-feestje op je 50ste? Aanrader!

    Mijn allerindividueelste eindejaarslijstje

    Last.fm, muzikaal dagboek

     

     

7 Responsesso far.

  1. sylvie Anzempamber schreef:

    Je blog geeft op stevige wijze het talent van Dockx weer. Sterk! Dat verdient een kniezwengel.

  2. Benwa schreef:

    Bedankt voor dit stuk!
    Welke platenhoezen door de man zelf ontworpen zijn weet ik wel niet. Bij mijn weten zijn die credits voor Wim Lots en Phillipe Werkers.

    • Christine schreef:

      Oeps! Ik dacht ergens te hebben gelezen dat Bert zijn eigen hoezen maakte. Is toch zeker zo bij de laatste plaat? Enfin, we zullen het eens aan de meester zelf vragen. Dank voor de reactie, Benwa! Ik ga erachter aan.

      • Christine schreef:

        Dag Benwa,
        Ondertussen antwoord gekregen: “De hoezen worden meestal ontworpen door Bert, samen met Philippe Werkers.
        Ook bijna al de clips zijn van de hand van Philippe Werkers, al komen ze niet online voordat Bert er zijn zegen over heeft gegeven en er dus eventuele aanpassingen zijn gebeurd.” Ik heb de passage dus aangepast. Nog eens bedankt voor de opmerking!

  3. Peter Rogiest schreef:

    Zo gepassioneerd beschreven. Erg leuk van die cassettes trouwens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: