Jij bent voorlopig niet gehandicapt. Let op het woord ‘voorlopig’.

Een schrijver die van de ene dag op de andere niet meer kan lezen. Overkomt je dat, dan stort een hele wereld in. Precies dat gebeurde met Anaïs Van Ertvelde toen ze in een burn-out belandde: haar vak, haar passie en haar houvast vielen in één klap stil. En net op dat kantelpunt begon ze anders naar handicap te kijken. Ik sprak haar als freelance copywriter voor Magelaan over haar boek ‘Handicap een bevrijding’, en dat gesprek bleef weken in mijn hoofd hangen.
Waarom ik tachtig boeken per jaar lees?
Toen het masker viel
Anaïs groeide op met een zichtbare beperking. Ze was dus altijd al “uit de kast” als iemand met een handicap, of ze dat nu wilde of niet. In plaats van steun voelde ze vooral druk: bewijzen dat ze even goed was, liefst beter. Dus werkte ze harder, studeerde ze meer en stapelde ze prestaties op elkaar. Hyperfunctioneren als masker.
Tot de burn-out kwam en het masker eraf viel. Wat het extra zwaar maakte: ze kon opeens niet meer lezen of schrijven. Pas toen voelde ze zich écht gehandicapt en tegelijk brak er iets open. Voor het eerst moest ze niets bewijzen. Ze mocht gewoon zijn.
“Op slag moest ik mijn gehandicapte identiteit veel meer beginnen omarmen.”
Ook het boek veranderde mee. Wat begon als een vlot stukje wetenschapscommunicatie, werd persoonlijker en dieper. Ze kon niet meer forceren, dus schreef ze op het ritme van haar lichaam. Dat leverde een boek op dat ze vooraf niet had kunnen plannen.
Een andere taal voor een ander lichaam
Wie over handicap praat, valt snel terug op medische woorden of op negatieve beelden. We hebben het over een “gebrek”, of we zeggen dat iemand “blind is voor iets”. Alsof handicap altijd tekort moet betekenen. Daar wilde Anaïs weg van. In haar boek schrijft ze literair, emotioneel en soms erotisch, bijvoorbeeld over het liefhebben van een ander gehandicapt lichaam, zonder eufemisme en zonder schroom. Dat leest als een opluchting.
Ze vindt steun bij crip theory. Crip werkt zoals queer: het is geen etiket, maar een houding. Het zegt dat we niet hoeven te assimileren, niet koste wat het kost willen lijken op wie geen beperking heeft. Trager bewegen mag. Anders werken mag. Je eigen regels maken mag. Je lichaam is dan niet iets wat “achterloopt”, maar een andere manier om de wereld binnen te krijgen.
Dat ze die woorden vond, heeft ook met haar leven te maken. Haar huidige partner heeft zelf een handicap, en samen kwamen ze dichter bij beelden die klopten met haar eigen werkelijkheid. Liefde als een manier om taal te maken.
Handicap is geen pech, het is politiek
Anaïs Van Ertvelde, gefotografeerd door © Sanne Van den Elzen
Wat is handicap nu eigenlijk? Voor Anaïs is het meer dan een individuele beperking. Het is een politieke conditie. Of iemand met een handicap goed kan leven, hangt vaak minder af van het lichaam zelf dan van de samenleving eromheen. Welke steun krijg je? Welke drempels worden weggewerkt? Dat zijn keuzes.
Ze maakt het concreet. Er was een pottenbakcursus waar ze niet aan begon, want alles was ontworpen rond tien vingers. En er is de werkgever die twijfelt of ze wel snel genoeg typt met één hand. Het probleem zit niet in haar lichaam, maar in hoe de wereld is ingericht.
Daarom die scherpe term uit haar boek: “voorlopig niet-gehandicapten”. Vroeg of laat krijgt bijna iedereen met een vorm van beperking te maken, door ouderdom, ziekte of gewoon door het leven. Handicap is geen ver-van-je-bed-show. Het gaat ook over jou, alleen nog niet vandaag.
En dan is er nog de zelfliefde. Anaïs schrijft dat ze de plicht voelt om méér van zichzelf te houden dan de gemiddelde mens, omdat de samenleving haar lichaam niet vanzelf waardevol vindt. Sommige dagen weegt dat loodzwaar. Want zelfliefde alleen volstaat niet: de samenleving moet de andere helft van de beweging maken.
“Ik voel de verplichting om meer van mezelf te houden dan de gemiddelde persoon. Die verplichting zou ik eigenlijk niet moeten voelen, maar het is de enige manier om ervoor te zorgen dat er van een lichaam zoals het mijne echt gehouden wordt. Dus doe ik het. Ik moet het voorbeeld geven dat de rest van de wereld niet lijkt te kunnen.”
Waarom ‘Handicap een bevrijding’ van Anaïs Van Ertvelde mij raakte
Wat me het meest trof, is hoe ze de blik omdraait. Meestal kijken we náár iemand met een handicap, alsof die persoon het onderwerp is dat bekeken wordt. Anaïs nodigt je uit om mét haar te kijken: naar de samenleving, naar taal, naar de manier waarop we lichamen waarderen.
En eerlijk? Ik betrapte mezelf erop dat ik handicap ook snel als tekort zie. Sinds dat gesprek vraag ik me af hoeveel van wat ik “normaal” noem, gewoon toevallig bij mijn lichaam past. En voor hoe lang nog.
Ik gaf het boek een dikke vijfsterrenrecensie op Goodreads. Niet omdat het comfortabel leest, wel omdat het me dwong te kijken. Het redactionele artikel dat eruit voortkwam, verscheen in REVAzine.
© Blogger C’bon, copwyriter uit Gent