Wat ik lees

Tachtig boeken per jaar. Geen hobby, wel gereedschap.
Tachtig boeken per jaar. Vier bibliotheekkasten die kreunen, en een dochter die zich hardop afvraagt wat ze daar ooit mee moet als ik er niet meer ben. Ze hoeft zich nog niet meteen zorgen te maken, ik ben van plan nog véél jaren mee te gaan.
Lezen is geen prestatie en ook geen tijdverdrijf. Het is de enige manier die ik ken om te blijven voelen wanneer een zin werkt en wanneer hij dat niet doet.
Op deze pagina lees je wat lezen met mijn werk te maken heeft, hoe ik oordeel, en waar je mijn boekenoverzichten vindt.
Meteen naar de boekenoverzichten
Wat een roman me leert en een schrijfcursus niet
Over copywriting bestaan boekenkasten vol adviezen. Kort je zinnen in. Schrijf actief. Vermijd jargon. Allemaal waar, en allemaal te leren op één namiddag.
Wat je niet leert uit adviezen, is gevoel. Wanneer een tekst één alinea te lang is. Wanneer een woord net iets te veel naar zichzelf wijst. Dat hoor je pas als je er duizenden bladzijden van goede en slechte zinnen tegenaan hebt gegooid. Ik heb er ondertussen minstens 4000 boeken op zitten, heb dat onlangs eens uitgerekend.
Drie dingen die ik uit romans haal en elke week gebruik.
Weglaten. Elizabeth Strout benoemt in ‘Wat ongezegd blijft’ vrijwel niets expliciet. De psyche van haar hoofdpersoon, zijn motieven, zijn vreemde daden: ze pelt het laagje per laagje af en laat de lezer het werk doen. Een goede bedrijfstekst doet hetzelfde. Die zegt het juiste en laat de rest staan waar hij hoort, namelijk buiten de tekst.
Ritme. Tine Hens vertelde dat ze elke zin van ‘Archief van mogelijk verlies‘ hardop voorlas tot het ritme klopte. Ze bleef herschrijven terwijl ze al voorlas op lezingen. Er was een uitgever nodig om haar te doen stoppen. Sindsdien lees ik mijn eigen teksten voor mezelf voor. Je hoort onmiddellijk waar je struikelt.
Schrappen. Nele Baplu schrijft novellen waarin de witregels meeschrijven. Ze snijdt weg wat overbodig is en wat overblijft, klinkt als muziek. Elk woord verdient zijn plaats of het gaat eruit. Die norm mag ook gelden voor een pagina over ventilatiesystemen.
Een voorbeeld. Hieronder combineer ik Strout, Hens en Baplu:
Van: “We leven steeds langer. Tegelijk worden er minder kinderen geboren. Het gevolg laat zich raden: steeds minder mensen die werken, moeten het pensioen en de zorg van steeds meer gepensioneerden betalen. België staat daar niet alleen in, onze buurlanden kampen met hetzelfde. Maar het betekent wel iets voor u: uw wettelijk pensioen alleen zal niet volstaan om uw levensstandaard aan te houden. Daarvoor dient een aanvullend pensioen.”
Maakte ik dit: “We leven langer en er komen minder kinderen. Dus betalen minder werkenden het pensioen van meer gepensioneerden. Uw wettelijk pensioen alleen volstaat niet. Daarvoor dient een aanvullend pensioen.”
Mijn enige echte literaire overtuiging
Ik lees veel en ik oordeel scherp, maar er is maar één ding waar ik echt over kan doorbomen.
Een boek mag moeilijk zijn. Het mag me uitdagen, verwarren, dwarszitten. Wat het niet mag, is moeilijk doen om te bewijzen dat het slim is.
Ik gaf één ster aan ‘De rode koe’ van Hans Depelchin, een boek dat op de shortlist van de Boon Literatuurprijs 2025 stond. Ik begreep het best. Ik had alleen voortdurend het gevoel dat ik iets las dat vooral wilde tonen hoe slim het was. Bij ‘Melkboer’ van Anna Burns, ooit winnaar van de Man Booker Prize 2018, sloeg mijn bewondering na vijftig bladzijden om in pure frustratie. Lange zinnen, eindeloze gedachten, herhalingen. Iemand die maar bleef praten zonder ooit tot de kern te komen.
Leesbaarheid is geen detail. Het is essentieel: lezen doet langer leven!
En daar zit de reden waarom deze pagina op de site van een copywriter staat. Want een roman die de lezer laat zwoegen om te tonen hoe knap de schrijver is, maakt exact dezelfde fout als een bedrijfstekst vol synergieën, jargon en totaaloplossingen. Allebei zetten ze de schrijver boven de lezer.
Zelfs een professor in Leuven wil gewoon een zin die loopt, in een verhaal dat ergens heen gaat. Wie moeilijk schrijft, wil alleen maar bewonderd worden – mijn opinie.
Hoe ik lees en hoe ik oordeel
Voor wie zich afvraagt wat mijn sterren waard zijn.
Ik lees ongeveer tachtig boeken per jaar en schrijf over elk boek een verslag met cover, sterren en een kort verslag van maximaal 150 woorden en zet dat op Goodreads. Die bundel ik elk kwartaal, en dat doe ik onafgebroken sinds 2015. De boeken die ik slecht vind, ruim ik meteen op. Wat in mijn kasten blijft staan, is goed.
En als ik een winnaar aanwijs bij een literaire prijs, dan heb ik de volledige shortlist gelezen. Alle zes voor de Bronzen Uil, alle vijf voor de Boon. Anders kies je het beste boek van de twee die je toevallig kende, en dat is geen oordeel maar een voorkeur.
Ik ben germanist, dus ik tel de spelfouten er ook bij. Die zeggen iets over de zorg die een uitgever aan een boek besteedt.
Wat je hier vindt
Enkele van mijn kwartaalboekenlijsten. Ik begin vanaf 2024, de oudere boekenlijsten vind je onder de tag Recensie. Ze gaan terug tot 2016! Gegroepeerd van vijf sterren naar één, zodat je meteen bij de toppers zit.
- Tweede kwartaal 2026 – 24 boeken, met Elizabeth Strout bovenaan en twee boeken die ik geen tweede ster gunde
- Eerste kwartaal 2026 – 20 boeken, van subliem oorlogsverhaal naar beest met een rode kleur
- Vierde kwartaal 2025 – 16 boeken waarvan twee met vijf sterren (Vallejo’s Papyrus en Winslows ‘De grens’) tot twee regelrechte missers die amper één ster haalden
- Derde kwartaal 2025 – 23 boeken, waarvan twee vijfsterrentoppers (Lieselot Mariën en Søren Sveistrup) tot twee eensterrenfloppers, en een teleurstellende Stephen King er ergens tussenin
- Tweede kwartaal 2025 – 20 boeken, met vier vijfsterrentoppers (waaronder Chris Whitaker en Barbara Kingsolver) en één regelrechte afknapper, ‘Water’ van John Boyne
- Eerste kwartaal 2025 – 22 boeken, waarvan vijf echte toppers (met Tina De Gendt en Stefan Hertmans) tot twee eensterrenmissers, een ervan is ‘All Fours’ van Miranda July
- Vierde kwartaal 2024 – 23 boeken, met vijf vijf sterren voor Lauren Groff en tweemaal Erik Vlaminck, en als enige echte flop ‘De lichte dagen’ van Zsuzsa Bánk
- Derde kwartaal 2024 – 18 boeken, met vier keer vijf sterren, onder meer voor Pascal Merciers ‘Lea’ en de thriller van Frank Van Laecke) en drie eensterrenafknappers onderaan
- Tweede kwartaal 2024 – 21 boeken, met zeven vijfsterrentoppers (waaronder Anjet Daanje en Trent Dalton) en vier keer één ster onder meer voor ‘Woeste Hoogten’ en ‘Dracul’
- Eerste kwartaal 2024 – 22 boeken, met vijf vijfsterrentoppers (waaronder Koen Peeters en Stephen Kings ‘De groene mijl’) en twee eensterrenafknappers onderaan, met ‘Bluets’ als absolutut dieptepunt
Literaire prijzen, volledig gelezen. Mijn eigen winnaar, en waarom de jury het volgens mij mis had.
- De Boon Literatuurprijs 2026 – vijf boeken gelezen, één winnaar gekozen, en de jury koos een andere
- De Bronzen Uil 2025 – alle zes de debuten, met mijn eigen ranglijst van beste tot zwakste
Schrijvers over schrijven. Gesprekken met auteurs over hoe ze werken. Dit zijn mijn favoriete stukken om te maken.
- Tine Hens over ‘Archief van mogelijk verlies’ – over palingen, vuurvliegjes, en waarom ze hoop een passief woord vindt
- Nele Baplu over ‘Ik zal je schrijven’ – een auteur die overwoog niet naar haar eigen boekvoorstelling te komen
- Anaïs Van Ertvelde over ‘Handicap, een bevrijding’ – of het verschil tussen kijken naar en kijken met een persoon met een handicap
En als je gewoon een goede tip zoekt: mijn tien all-time favorieten. Ik heb er zelfs twaalf opgesomd, want het is mijn tekst en ik mag doen wat ik wil! 🙂
Tot slot
Ik krijg geen recensie-exemplaren en er zit geen affiliatelink in deze overzichten. Ik koop mijn boeken zelf, en af en toe verkoop ik ze weer door, want die vier kasten van me hoor ik soms echt kreunen. Ik schrijf deze stukken omdat ik het graag doe, en omdat je pas iets over schrijven kan zeggen als je blijft lezen wat anderen ervan maken.
Dat lezen mijn werk beter maakt, is een bijverschijnsel. Maar wel het nuttigste dat ik ken.
Ben je hier beland omdat je een tekst nodig hebt in plaats van een leestip? Dan weet je nu tenminste met wie je te maken hebt: iemand die tachtig keer per jaar controleert of ze het zelf nog goed doet. Zo pak ik het aan.